Soms ben je helemaal niet blij of vrolijk. Je doet vaak boos of verdrietig. Je scheldt, schreeuwt of je zegt juist helemaal niets. Op school wordt je gepest en de juf ziet dat niet of ze zegt dat het niet goed gaat op school. Misschien ben je bang in het donker, plas je steeds weer in je bed of gaan je ouders scheiden.

Er zijn ook kinderen die komen, omdat ze ergens beter in willen worden. Ze willen bijvoorbeeld beter kunnen leren op school of willen beter worden in het bij leggen van ruzies. Voor grote en kleine problemen kun je bij mij komen in mijn speel praat kamer. Hier kan ik je helpen, want eigenlijk willen alle kinderen wel beter worden in het maken van een blij en leuker leven.


Heel veel kinderen hebben last van:

  • nare gevoelens zoals verdriet, boosheid, eenzaamheid, heimwee, buikpijn of zich alleen voelen.
  • nare gedachtes: dat ze iets niet kunnen, dat ze niet blij kunnen zijn, dat ze steeds aan iets naars denken. Ze liggen te piekeren omdat het zo moeilijk is. Of dat ze denken dat ze slecht zijn.
  • onhandig gedrag: dat anderen hen niet begrijpen, dat ze verlegen zijn, dat ze pesten of gepest worden. Ze durven niet om hulp te vragen als ze iets niet snappen, het lukt niet om vriendjes te maken.
  • verslavingsgedrag: iets dat ze vaak doen, waar ze van af willen, zoals nagelbijten, duimen of snoepen.
  • angst: bang voor inbrekers, bang voor honden, bang voor een spreekbeurt of bang dat hun papa en mama gaan scheiden of dood gaan.
  • het gebeurt vanzelf probleem: in je bed plassen, nachtmerries, in je broek doen.

Er zijn ook kinderen die helemaal nergens last van hebben. Ze willen beter worden in:
  • het in de klas hun werkjes op tijd af hebben, het beter opletten in de klas.
  • het maken van een nog blijer leven, meer zelfvertrouwen krijgen of zelfstandiger worden.
  • het maken van vriendjes, het samen spelen, het voor jezelf opkomen, zodat er geen ruzie meer is.
  • het onthouden van sommen, het onthouden van afspraken of het spellen van woorden.